Zoekveld

Glyfosaat in lichaam van zowat helft Vlaamse jongeren
07/02/2020 - 02:15

comments

1
Foto: Shutterstock

In het schooljaar 2017-2018 is in het lichaam van 42 procent van de 14- en 15-jarigen glyfosaat vastgesteld, terwijl het afbraakproduct van het onkruidbestrijdingsmiddel bij 56 procent werd gedetecteerd. Dat blijkt uit de vierde editie van het Vlaamse humanebiomonitoringsprogramma.

Het is de eerste keer dat tijdens het humanebiomonitoringsprogramma naar glyfosaat werd gezocht. In het najaar van 2018 besliste de federale regering om de verkoop van het omstreden herbicide, dat mogelijk kankerverwekkend is, aan particulieren te verbieden, nadat de Vlaamse regering al een gebruiksverbod had uitgevaardigd. "Toekomstige metingen moeten uitwijzen of deze maatregelen voldoende effect opleveren", zegt het Steunpunt Milieu en Gezondheid, dat uit onderzoekers van onder meer de vijf Vlaamse universiteiten bestaat.

Dat voerde sinds 2004 vier metingen uit in het kader van het humanebiomonitoringsprogramma. Daarbij wordt gepeild naar de gehaltes van verschillende milieuvervuilende stoffen in het bloed en de urine van jongeren. Tijdens de laatste meting in het schooljaar 2017-2018, waarvan de resultaten donderdag werden bekendgemaakt, testte het Steunpunt de stalen van 428 jongeren uit het derde middelbaar op meer dan zeventig stoffen.

De algemene conclusie is dat de gehaltes van de meeste schadelijke stoffen dalen. Onder meer bij het bestrijdingsmiddel DDT, pcb's, chemische stoffen uit plastics en de metalen lood, mangaan en koper is dat het geval. Ook gebromeerde vlamvertragers - chemische stoffen die onder meer meubilair en elektronica minder brandbaar maken - worden minder gemeten in de stalen. "Vaak gaat het om stoffen die intussen streng gereguleerd worden", zegt Greet Schoeters, professor verbonden aan VITO en UAntwerpen.

Bij het onderzoek werden voor het eerst echter ook heel wat nieuwe stoffen gemeten in het lichaam van jongeren. Zo dalen de gehaltes van bisfenol A - een chemische stof die in plastics zit en recent strenger werd gereglementeerd - maar vervangen producenten ze vaak door nieuwe bisfenolen zoals bisfenol S en bisfenol F. En terwijl de gebromeerde vlamvertragers minder voorkomen, vertoonden vrijwel alle jongeren in de urinestalen sporen van de nieuwe generatie organofosfaatvlamvertragers.

"De vervangers worden in de markt gezet als minder schadelijk, maar in de praktijk is de gezondheidsimpact nog weinig onderzocht. Verder onderzoek naar de invloed op de gezondheid is dus nodig", zegt Schoeters. "Onze studie toont alvast aan dat de meeste van die nieuwe stoffen bij een groot deel van de jongeren in het lichaam voorkomen."

De resultaten van de Vlaamse jongeren kunnen voor sommige stoffen vergeleken worden met internationale richtwaarden. "Geruststellend is dat er voor geen gemeten stof alarmerende signalen zijn", zegt Vera Nelen, directeur van het Provinciaal Instituut voor Hygiëne in Antwerpen. "Toch zijn er aandachtspunten. Voor enkele stoffen zien we immers deelnemers met meetwaarden boven de richtwaarden, wat op lange termijn effect kan hebben op de gezondheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor de metalen arseen, cadmium en lood. Voor sommige pesticiden en de perfluorverbindingen PFOS en PFOA heeft ook een deel van de jongeren een waarde boven de richtwaarde."

Het Steunpunt Milieu en Gezondheid benadrukt dat jongeren met gehalten die een richtwaarde overschrijden, zich niet meteen zorgen moeten maken. Ze kunnen wel terecht op de website voor tips om blootstelling aan bepaalde stoffen te beperken. "Hoe lager het gehalte, hoe kleiner het gezondheidsrisico."

Reactie