
Een recente retrospectieve cohortstudie heeft de klinische gevolgen onderzocht van het stopzetten van behandelingen met semaglutide en tirzepatide bij bijna 8.000 patiënten met obesitas of type 2-diabetes.
In tegenstelling tot eerdere gerandomiseerde klinische studies, die wezen op een aanzienlijke gewichtstoename na stopzetting (meer dan de helft van het verloren gewicht terug binnen een jaar), tonen gegevens uit de praktijk een relatief stabiel gewicht.
Patiënten die behandeld werden voor obesitas hadden vóór het stoppen een gemiddelde gewichtsafname van 8,4%, gevolgd door een minimale gewichtstoename van 0,5% na één jaar. Opvallend is dat 45% van deze subgroep zijn gewichtsverlies behield of zelfs verder afviel na het stopzetten van de behandeling. Bij patiënten met type 2-diabetes werd een gewichtsverlies van 4,4% vóór stopzetting gevolgd door een bijkomende daling van 1,3% in het daaropvolgende jaar. Het stopzetten van de medicamenteuze behandeling is meestal te wijten aan financiële barrières, onvoldoende verzekeringsdekking of bijwerkingen.
Het behoud van de antropometrische voordelen wordt voornamelijk verklaard door therapeutische flexibiliteit en continuïteit van zorg: in het jaar na stopzetting schakelde 27% van de patiënten over op een andere anti-obesitasbehandeling, hervatte 20% hun oorspronkelijke behandeling, en kreeg 14% gespecialiseerde begeleiding op het vlak van voeding en leefstijl. Deze resultaten onderstrepen het belang van een gepersonaliseerde medische opvolging en het aanpassen van behandelstrategieën om gewichtsverlies op lange termijn te behouden.
Delen via e-mail